Zó boos zijn dat je alleen nog maar kan denken: Ik kap ermee!

We zitten met de vaste intervisie groep om tafel. Tanja heeft wat in te brengen, ze is boos, heel boos. Op verzoek van haar leidinggevende heeft ze om het project vlot te trekken een vergadering gepland voor het projectteam. Uiteindelijk komt er 1 lid opdagen, de rest meldt zich niet af. Achteraf komen er wel excuses van de anderen, maar voor Tanja komen die te laat, ze wil uit het project stappen. Maar de boze emotie is duidelijk nog niet klaar met haar. Ook vindt ze het eigenlijk jammer want ze is begaan met het project en de doelgroep. Ze is benieuwd of de anderen vinden dat ze het anders had moeten doen.

Als ik Tanja uitnodig om haar intervisievraag te beginnen met Hoe Kan Ik…. valt ze even stil. Het is zichtbaar dat er al een verschuiving plaatsvindt doordat we serieuze aandacht besteden aan haar en haar emotie. Ze vertelt dat ze eigenlijk bang is voor haar eigen boosheid. Bang dat die als een bom ontploft als ze er met de betrokkenen over gaat communiceren.  Dus lijkt de enige optie nu nog te zijn, geen initiatieven te nemen in dit project.

 

 

Emoties zijn altijd tijdelijk van aard, door ze te benoemen en te erkennen zullen ze uiteindelijk afnemen. Zo werkt dat.

 

We gaan door met de intervisie en hanteren daarbij het 5 stappen model dat ongeveer 45 min in beslag neemt:

Het 5- stappen  Intervisiemodel  

  1. Korte toelichting op de vraag door de inbrenger (2 min.)
  2. Vraag samen verkennen (15 min.)
  3. Vaststellen wat de eigenlijke vraag is (10 min.)
  4. Inbrenger evalueert (10 min.)
  5. Gezamenlijke evaluatie (8 min)

 

De deelnemers nodig ik de hele sessie uit nieuwsgierig open te blijven naar de beleving van de case inbrenger.  Iemand benoemt al dat ze zou willen dat ze zo boos kon worden. Een ander neigt tot het stellen van suggestieve vragen; “Had je niet veel beter dit of dat kunnen doen..?”

Als Tanja zou voelen dat we haar een kant op proberen te duwen, zal ze zich (weer!)  niet serieus genomen voelen en vast blijven houden aan haar optie van “Kappen met de hele handel”. Dus het is precair werk dat we doen.  Dat vraagt van de deelnemers dat ze nu:

  1. Genoeg veiligheid en interesse tonen in haar versie van het verloop van het verhaal. Ook voor de voor haarzelf logische consequenties daarvan.
  2. Erkenning geven aan haar emoties door ze te laten benoemen met terughouding van oordeel in welke vorm dan ook.
  3. Haar met open vragen te stimuleren de door haar bedachte oplossing te heroverwegen
  4. Haar ondersteunen in het creëren van een breder perspectief zodat zij tot creatieve nieuwe oplossingen kan komen die écht recht doen aan haarzelf en haar omgeving.

 

De deelnemers worstelen met hun terughouding, zó gefocussed zijn ze op de kansen die voor het oprapen liggen. Het lukt ons met elkaar er voor te zorgen dat er écht open vragen gesteld worden. Tijdens de gezamenlijke reflectie (stap 3, Tanja hoort ons wel maar neemt geen deel aan het gesprek) Komt er zicht op waar haar invloed nog ligt. Bij degene die wél op de vergadering verschenen was.  En die de juiste persoon voor Tanja is gezien haar taak in het project en hun gedeelde motivatie.

Als Tanja de intervisie bijeenkomst evalueert wordt duidelijk dat het haar erg goed heeft gedaan zo samen bij haar probleem stil te staan.  Ze heeft haar boosheid doorvoeld en ……Kan opgelucht en met open blik verder.

Ook voor de andere deelnemers is het een leerzame bijeenkomst geweest. Alleen al om te zien dat de ogenschijnlijk sterke Tanja ook met dit soort problemen worstelt.

 

 

No comments yet.

Geef een antwoord